Gedragsregels Trainers Leiders

Goed leiderschap begint bij voorbeeldgedrag.

Trainers en leiders vervullen een voorbeeldfunctie binnen OVC’26. Hun houding en gedrag bepalen in grote mate de sfeer rondom het team en langs de lijn. Spelers en ouders spiegelen zich aan hun gedrag. Daarom verwachten wij dat zij zich zowel fysiek als verbaal sportief, respectvol en verantwoordelijk gedragen, ook in emotionele (wedstrijd)situaties.

Van trainers en leiders verwachten wij dat zij in iedere situatie de-escalerend handelen en actief bijdragen aan een sportieve, respectvolle en veilige omgeving.

Twijfel je over wat passend gedrag is? Kies altijd voor respect en rust.

Respect voor de scheidsrechter

  1. Behandel de scheidsrechter altijd met respect
  2. Ga niet in discussie over beslissingen en voorkom zichtbaar protest, ook als je het niet eens bent met de beslissing
  3. Stap nooit in het veld om een beslissing aan te vechten
  4. Spreek ook collega-trainers en leiders aan op ongepast gedrag

Mogelijke gevolgen: bij herhaald of ernstig wangedrag kan de scheidsrechter een directe vermaning geven en kan het (jeugd)bestuur besluiten tot een schorsing. In dit geval speelt het team verder met een assistent.

Omgang met spelers

  • Moedig aan, coach positief en geef correcties bij voorkeur individueel en privé
  • Vermijd schelden, vernederen of negatieve opmerkingen in het openbaar
  • Creëer een veilige omgeving waarin spelers zich kunnen ontwikkelen
  • Roken (ook e-sigaret) is niet toegestaan in het bijzijn van jeugdspelers. En zeker niet op het speelveld tijdens wedstrijden en trainingen.
    Dus vermijdt roken 30 minuten voor de wedstrijd\training en 15 minuten na afloop van de wedstrijd\training.

Mogelijke gevolgen: het (jeugd)bestuur kan bij ongepast gedrag onmiddellijk een waarschuwing geven of een (tijdelijke) schorsing opleggen voor wedstrijden en trainingen.

Wangedrag van spelers

  • Grijp direct in bij fysiek en/of verbaal onsportief of respectloos gedrag
  • Haal de speler indien nodig uit de wedstrijd en zorg voor passende begeleiding
  • Ga na afloop in gesprek met de speler en informeer de ouders wanneer dit nodig is
  • Meld ernstige incidenten bij het (jeugd)bestuur

Wedstrijden worden altijd uitgespeeld

  • Een OVC’26 team verlaat nooit uit eigen beweging het veld. Het staken van een wedstrijd kan leiden tot sancties en boetes voor de vereniging vanuit de KNVB.

Mogelijke gevolgen: het (jeugd)bestuur beoordeelt per situatie welke maatregelen passend zijn en kan besluiten kosten te verhalen bij aantoonbaar verwijtbaar handelen.

Gedrag van ouders en toeschouwers

  • Spreek ouders of toeschouwers aan wanneer hun gedrag de wedstrijd of veiligheid verstoort. Ga nooit een langdurige discussie aan langs de lijn. Schakel bij escalatie het (jeugd)bestuur in.
  • Vraag ouders indien nodig het sportpark te verlaten
  • Meld het incident bij het (jeugd)bestuur

Mogelijke gevolgen: het (jeugd)bestuur kan overgaan tot een gesprek, een officiële waarschuwing of een toegangsverbod van de ouder(s) of supporter(s).

Incidenten melden

  • Meld rode kaarten, stakingen en andere ernstige voorvallen zo snel mogelijk bij het (jeugd)bestuur, bij voorkeur direct na afloop van de wedstrijd.
  • Zorg voor een feitelijke beschrijving van het incident. Wij zijn als KNVB-vereniging verplicht om een verklaring af te leggen bij elke staking en rode kaart.

Mogelijke gevolgen: volgens KNVB-reglementen en eventuele aanvullende maatregelen vanuit het (jeugd)bestuur. Een rode kaart betekent voor spelers dat er minimaal de eerstvolgende wedstrijd niet wordt gespeeld, en voor trainers en leiders dat minimaal de eerstvolgende wedstrijd niet wordt gecoacht.